Kleine Fopspelletjes
In kleine fopspelletjes worden een aantal kleine spelletjes uitgelegd die de kinderen moeten proberen te ontrafelen of waar ze snel de gevolgen van te weten gaan komen.
Het is aan te raden om deze spelletjes te doen in een lokaal waar genoeg ruimte is. Er kunnen maximum 20 kinderen aan deelnemen. De duur hangt af van hoe snel de kinderen de spelletjes doorhebben en de inkleding die je gebruikt. De leeftijd voor deze spelletjes is vanaf 6 jaar.
Deze kleine fopspelletjes zijn ideaal om op een verjaardagsfeestje te gebruiken.
Beschrijving
Stokjes Doorgeven
Iedereen gaat in een kring zitten en er worden twee stokjes doorgegeven. Als je deze stokjes hebt en je geeft ze aan de volgende, dan moet je zeggen of je ze gekruist of gewoon doorgeeft.
De kinderen moeten niet kijken hoe ze de stokjes doorgeven, maar hoe ze zelf met hun eigen benen zitten. Zitten ze gekruist of liggen hun voeten over elkaar, dan worden ze gekruist doorgegeven. Zitten de kinderen met gestrekte benen of met hun been onder hun poep, zonder dat ze ergens over elkaar liggen, dan worden de stokjes gewoon doorgegeven.
Zwarte Magie
Voor dit spel moeten er twee mensen aanwezig zijn die weten hoe het spel werkt.
Iedereen gaat in een kring zitten. In het midden van de kring worden allemaal voorwerpen gelegd. Dan gaat er iemand naar buiten die weet hoe het spel werkt. De anderen kiezen van de voorwerpen die er liggen één voorwerp. Als de persoon terug binnenkomt, somt de andere persoon die op de hoogte is de voorwerpen één voor één op. Hij/zij vraagt telkens: ” Is het deze rode sjaal, is het dit gele armbandje of is het misschien deze zwarte pen of dit blauwe boek of….”
In dit geval is het blauwe boek de zwarte magie, omdat dit voorwerp juist achter het zwarte voorwerp kwam. De persoon die dus vraagt of het dat voorwerp is, moet er altijd een kleur voorzeggen. Het voorwerp dat juist na het zwarte voorwerp komt, is de zwarte magie dat de kinderen hebben aangeduid.
Dierenspel
Iedereen krijgt een kaartje met twee dieren op. Hij of zij mag alleen dat kaartje zien en weten welke dieren erop staan. Dan gaan de kinderen allemaal in een kring staan en haken de armen in elkaar. Iedereen moet stevig vast hangen.
Dan wordt er een verhaal over dieren vertelt. Als het dier wordt genoemd dat op een kaartje staat, moet die persoon gaan hangen. Hij/zij heft zijn voeten gewoon van de grond.
Bij iedereen is het tweede dier hetzelfde. Als dat dier dus wordt vernoemd, valt iedereen op de grond omdat iedereen dat dier op zijn kaartje heeft staan.
Je doet dit spel best op een tapijt of in de tuin op het gras.
Zoek het muntstuk
Enkele kinderen gaan naar buiten. De anderen zetten zich in een groep aan de kant van de ruimte. Zij krijgen te horen dat diegene die binnen komt het muntstuk moet zoeken. De begeleidster loopt rond in het lokaal en zij heeft het muntstuk bij zich.
Dan worden de kinderen die buiten gegaan zijn één voor één terug binnen gelaten. De opdracht die hij of zij die binnen komt krijgt is: “Zoek het muntstuk”. De kinderen die in de groep zitten mogen aanwijzingen geven, door warm en koud te zeggen. Wanneer het muntstuk is gevonden, mag de volgende binnen komen.
Doe je schoenen uit
Er gaan weer enkele kinderen naar buiten. In het midden van de kring wordt een voorwerp gelegd en de kinderen die buiten zijn geweest moeten één voor één terug binnen komen en bij het voorwerp gaan staan. Hij/zij krijgt dan de opdracht om de schoenen uit te doen en erover te springen.
Het is de bedoeling dat zij hun schoenen uitdoen en over hun schoenen gaan springen. De meeste gaan over het voorwerp springen.
Verwante artikels:


